maandag 21 oktober 2013

Mama

Ik blaas wolkjes in de koude avondlucht. De stilte is hoorbaar de maan werpt haar licht over de stad die in diepe slaap is verzonken. Mijn radars draaien op volle toeren. Ik hoor mijn eigen hartslag in mijn oren een vlug gebons. Op mijn armen verspreid zich kippenvel en het is alsof ik ieder detail in mij opneem. Er is een heel gevecht gaande in mijn hoofd zonder regels, zonder scheidsrechter. Het is een bloederige strijd waarbij geen van de partijen de witte vlag hijst. Ik wrijf over mijn gezicht en staar naar de weerspiegeling van de maan in het water. Haast in serene rust kijkt ze neer op mij en de rest van de wereld.

Ik plof neer in het zachte klamme gras en plant mijn handen in mijn haar. Met geen pen is dit gevoel te beschrijven. Het put me uit en ik weet niet goed waar ik de energie steeds vandaar haal. Ik hoor je wel, maar de boodschap komt niet bij mij binnen. Jij die zo je best doet mij te overtuigen en ik zou het zo graag willen voelen maar het lijkt wel of de filters bij mij verkeerd staan afgesteld. Wat pijn doet, wat breekt, wat me sloopt dat komt gemakkelijk binnen maar wat mij sterker zou moeten maken dat blijft tussen hemel en aarde doelloos hangen. Misschien ben je ook wel niet de juiste persoon om mij te overtuigen echter heb ik veel respect voor je en ben je ook zeker wel belangrijk voor mij. Dat heb je toch verdomd snel voor elkaar gekregen. Hoe je dat hebt gedaan is mij overigens nog altijd een raadsel.

Misschien is het wel dat ik zo graag zou willen of mama trots op mij zou zijn geweest. Ik zou dat zo graag willen weten maar het is een vraag die altijd onbeantwoord zal blijven. Het gevoel van missen is een leegte die wordt gevuld met verdriet angst en valse verlangens. Het is een gat dat niet te dichten valt, zelfs niet met de mooiste herinneringen. Soms probeer ik mij voor de geest te halen hoe je stem ook al weer klonk. In mijn hoofd is het prachtig, de stem van een engel zo helder en bijzonder. Ik smacht naar je armen om mij heen. Shit, ik ben weer beland in het valse verlangen. Ik moet het zonder jou, zonder jouw armen om mij heen zonder jouw veiligheid. Soms vraag ik mij af waar je bent, zit je in de dingen om mij heen? Ben jij de wind die mijn tranen droog waait ben jij de regen die me doorweekt om mij te vertellen dat ik het verkeerd doe? Dat ik de verkeerde keuzes maak en wil je op die manier tot mij doordringen? Ben je de bliksem die weerlicht aan de inktzwarte hemel omdat je vindt dat ik beter voor mijzelf moet zorgen?

Vroeger kon ik altijd bij je schuilen als het onweerde. Veilig in het grote bed met mijn handen op mijn oren en jouw armen stevig om mij heen. Nu moet ik de storm alleen doorstaan en staar ik elke bliksem zonder enig gevoel. Ik moet sterk zijn, heb geen keuze meer om te schuilen. Schuilen is er niet meer bij. Een grote open vlakte waar ik rond ren bang voor de kogel van de jager. De spreekwoordelijke kogel wel te verstaan want voor je het weet word je kapot gemaakt. Kapot gemaakt door woorden, valse tongen lispelen snoeiharde zinnen die je vernietigen alsof je niets bent. Zo voel ik mij ook, ik voel mij een kansloos hoopje niets dat heel graag gevonden wil worden, gered wil worden, gekoesterd wil worden en bijzonder gevonden wil worden. Geknuffeld en geliefkoosd. Het is een gevecht telkens weer. Een oneerlijke strijd zonder winaars maar met enkel verliezers.

Wat was dat gaat nooit verloren alleen voelt het alsof het mij ontglipt in de snelheid van de dingen die op mij afkomen. Alsof ik door een sneeuwstorm loop. Ik zoek je, in elk gevecht, in elke strijd in elke sneeuwstorm. Je rust in mijn hoofd, woont in mijn hart maar ik mis je fysieke aanwezigheid af en toe intens. Het is een leegte die als een onbewoonbaar verklaard pand haar dagen slijt. De wind waait door de kieren en gaten en toch, toch wordt het ook verwarmd door de lieve en mooie herinneringen. Door jouw lach die ik mij levendig voor de geest kan halen, jouw liefkozingen jouw veiligheid. Ik heb ze nog altijd zo hard nodig. Kan een mens ooit zonder?

De tranen stromen over mijn wangen en het is zachtjes gaan regenen. De maan is verdwenen achter een wolkendek en ik slik moeizaam. Zit jouw stem in de regen? Zeg je mij nu dat ik sterk moet zijn? Dat ik best rust mag nemen maar de strijd nooit of ter nimmer mag staken? Geloof me, soms zou ik niets liever willen dan dat. Gewoon kappen, zelf de witte vlag hijsen, handdoek in de ring maar opgeven is geen optie. Ik wil niet de verliezer in mijn eigen strijd zijn.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het is een beest

"Die Nacht öffnet ihren Schoß Das Kind heißt Einsamkeit Es ist kalt und regungslos Ich weine leise in die Zeit" Depressie is ...