zondag 26 mei 2013

Troep

Ik zou wel willen janken,
Echter heeft dat geen zin.
Ik zou woedend willen schreeuwen,
Tegen beter weten in.
Ik zou willen vluchten voor wat nu is,
Zoekend naar wat nooit zal zijn.
Kon ik het maar,
Zo over de rand kieperen, de rand van het ravijn.

Ik staar je aan, weet bij God niet wat ik moet zeggen. Dit is waar ik voor gewaarschuwd ben maar waar ik niet naar wilde luisteren. Nu sta ik in jouw storm, voel hoe je mij elk moment omver gaat blazen en ik? Ik doe niets. Steeds weer verwijt ik mijzelf dit domme gedrag maar steeds weer ren ik in volle vaart in deze valkuil. Had ik maar geluisterd dan had ik mij nu niet zo ellendig gevoeld, een wrak. Was ik maar eerder tot besef gekomen dan had ik dit kunnen voorkomen of anders gezegd, dan was het niet in dit ontaardt.

De mens is geen gebruiksvoorwerp echter lijk jij dit anders te zien. Ben ik een soort van clown die er enkel en alleen is ter entertainring wanneer jij je verveeld? Het antwoord is helder, simpel en staart mij aan als een boze juffrouw die zojuist iemand naar de gang heeft gestuurd. Het antwoord is "ja" en ik ben zo stom om er aan mee te doen. Het toneelstuk dat goed voelt maar pijn doet wanneer de realiteitszin tot leven wordt gewekt. Ik voel mij als een vis op het droge, happend naar adem, bang en wetend afhankelijk te zijn. God wat haat ik dat gevoel en wat haat ik mijzelf dat ik mij weer in deze situatie heb laten vallen.

Komt verstand echt met de jaren of zijn sommigen gewoonweg niet te redden? Het is alsof je aan een klif hangt en de grond onder je vingers voelt wegglijden. Je probeert met man en macht grip te krijgen maar voelt hoe je valt, een eindeloze val de wind suist in je oren en wat rest en de klap waarmee je op de grond der waarheid terecht komt. Niets anders dan je wonden likken blijft er over. Niets anders dan het enkele besef dat je weer te naïef was, dat je weer iets deed tegen alle regels der logica in, dat weer voorbij raasde aan het innerlijke geluid. Wanneer luister je nu eens eindelijk naar je geweten? Naar de stem die zegt "kappen, je maakt jouzelf wat wijs?" het lijkt of elke realiteitszin verzwolgen wordt door de macht der hoop en het misplaatste geloof.

Ik haat het, verdomme ik haat het en toch koester ik het. Man ik kan wel kotsen. Sla met mijn vuist de spiegel aan barsten. Helderrood is het bloed dat tussen de scherven beland. Nog altijd kan ik het niet, ben ik een slappeling en een bangerik, zoals ik dit altijd al ben geweest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Sporten met Eef deel 23

Hey hoi Nadat ik net openbaar ben uitgescholden voor genocidale dikke rotmof dacht ik "kom het is tijd voor iets gezelligs" even...