zaterdag 27 april 2013

Horizon

Frank en vrij, doch gekweld door gedachten allerlei,
Rijd ik ze tegemoet, het asfalt is ruw en ruig,
De alles verslindende horizon,

Heel even leek het alsof ik vrij was van alles wat ik met mij meedraag. Heel even leek het of Sietse (zo heb ik mijn leenauto maar even genoemd) en ik alles aankonden. Wat achter ons lag was verleden tijd, wat voor ons lag de toekomst en deze gingen wij vlotjes tegemoet. Geen tranen van wat ooit was, geen glimlach over wat zou kunnen zijn, helemaal niets met in de verte een smalle streep van de dag die werd opgeslokt door de nacht. Het was alsof ik stond tussen nu en later. Het was alsof al dat wat achter mij is daar bleef en dat ik zonder haar de toekomst, mijn toekomst tegemoet ging. Heel even was ze daar, de illusie die niet mocht zijn. Voor een paar luttele seconden zweefde ik tussen wat ooit was en wat nooit zal zijn.

De verkeerslichten aan het einde van de uitvoegstrook wisten mij ruw uit mijn mijmering te halen. De rode kleur van het licht weerspiegeld in de pareltjes op de motorkap. Ergens uit de speakers klonk een deuntje dat niet zou misstaan in de lijst van meest foute nummers ooit geschreven. Het was niet eens zo vermoeiend, de rit die achter mij lag, echter was het gevoel ambivalent, niet te verklaren of misschien ook wel. Niet toelaten, niet nu, niet nu dat wat mij sterk maakt nu zo kwetsbaar is. Met gekruiste degens staan ze voor de toegangspoort. Mijn gevoel is niet langer een, voor iedereen toegankelijke attractie al vorm ik o zo vaak de attractie in mijn eigen leven door mijn absurde ideeën, gevoel voor drama en het vermogen tot het verrichten van kolderieke, al dan niet snaakse acties.

Op de één of andere manier voel ik mij trots om wat ik zojuist heb gedaan, op de één of andere manier voel ik mij een idioot en op nog een andere manier voel ik ook nog een soort niet nader te verklaren gevoel. Het lijkt haast wel een multiplechoice vraag: Ik voel mij: A Al dan niet misplaatst trots, B een idioot C niet nader te verklaren.

Ik rijd langzaam de rotonde op. Almelo lijkt nu al te slapen en het is nog niet eens 23:00. Het was een lange dag maar ik voel mij niet half zo versleten als gisteren. Geen fysieke pijn alleen een hoofd vol gedachtes en een hart overlopend van gevoelens die niet met elkaar te matchen zijn. Soms vraag ik mij af voor hoeveel procent ik wel niet maf ben. Maf zijn vinden anderen leuk aan hen die dit zijn. Zij die het zijn zien het dikwijls niet als toegevoegde waarde. Ik wel, alleen nu even niet. Met mijn neus in de wind geef ik mijn hormonen de schuld dat ik nu het liefste met een doos Klenex en een schaal bitterballen willen janken om wat niet, en wat nooit zal zijn. Janken omdat er zoveel in het leven niet eerlijk is, omdat ik niet meer langer mij wil verschuilen achter de slachtofferrol maar dat ik het vrije veld op mijn levenspad zo griezelig vind. Liever steek ik, nog voor zich überhaupt een vijand heeft aangediend de witte vlag in de lucht en geef ik mij over aan wat dan ook. Het is mijn eigen stomme schuld dat ik teveel toesta en nog veel meer heb toegestaan in het leven. Ik ben een strijder van niks, een zoetwatermatroos een absolute schrikschijter.

Mijn huis is komt in zicht. Sietze mag bijna gaan rusten naar 600 km trouwe dienst te hebben gedaan, alweer. Ik zet hem op de parkeerplaats en klap, bijna liefdevol, zijn buitenspiegel naar binnen. Toch ben ik moe. Moe omdat ik zoveel informatie tot mij heb moeten nemen, moe omdat veel hoorde dat meer herkenbaar voor mij was dan wat ik zou willen, moe omdat het concentratie vergt van mij als gesprekspartner om op de juiste manier te reageren want... is er wel een juiste manier van reageren?

Ik gun Sietze nog een laatste groet voordat ik mijn bed induik. Morgen is er weer een nieuwe dag, telkens weer een nieuwe kans om de dans te ontspringen, om het te verkloten, het leed te verzachten of niet...


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Zo'n goeie hebben wij nog niet gehad.

Ik heb al even niet meer geschreven dus dacht ik: laat ik eens een liedje van commentaar voorzien. Wel nu, het wordt 's nachts na tweeën...