zondag 15 september 2013

Stomdoof

Het is guur buiten en het water spat tegen mijn broek omhoog. Nog een klein stukje, niet achterom kijken. Het is aardedonker buiten er is geen kat op straat. In de verte staat mijn auto, net als ik er bijna ben struikel ik. Onzacht beland ik tussen de natte bladeren zo pats boem midden in de herfst. Moeizaam krabbel ik omhoog en klop de bladeren van mijn kleren mijn hart bonst in mijn keel. Nogmaals, niet achterom kijken wat is geweest dat komt niet meer terug hoewel het gevoel blijft dat het toch stiekem mij blijft achtervolgen. Nauw in mijn kielzog waar ik ook ga of sta.

Mijn handen beven als ik de sleutel in het contactslot steek. Ruitenwissers beginnen te bewegen en met een zag gebrom start de motor. Ik bijt hard op mijn lip en houd mij groot. Voor wie eigenlijk? In mijn binnenspiegel vang ik mijn verwilderde blik op. Uit de speakers sijpelt een half vergaan liefdesliedjes en met een haast theatraal gebaar slinger ik er een andere zender op. Wat ben ik boos! Boos en teleurgesteld. Ik zit nog geen twee minuten in de auto en mijn tranen komen dwars door de dijk van koppigheid. Waarom ben ik zo een naief schaapje? Ik sla een paar keer op het stuur en raak daarbij per abuis het claxon. Een man met hond kijkt mij verschrikt aan en ik maak een verontschuldigend gebaar.

Het was iets wat niet was wat het leek en ik liep er met open ogen in. Volgens mij was ik zelfs aan het huppelen. Compleet onbevangen frank en vrij. Waar stonden in godsnaam die waarschuwingslichten? Heb ik ze dan allemaal gemist? Collectief overgeslagen? Ik wrijf over mijn gezicht maar in mijn hoofd denderen honderden sneltreinen door elkaar heen en weer. Het is spitsuur in mijn hoofd en het rode sein is tijdelijk buiten werking. Volgens mij zijn waarschuwingslichten en ik geen vrienden. Waar ik ze moet zien daar mis ik ze en waar ze niet zouden hoeven zijn daar struikel ik er over.

Langzaam rijd ik weg terwijl de hemel oplicht en niet veel later dendert en dondert het rondom mij. Het was een avond vol signalen geweest! Vol signalen die ik wel kon plaatsen maar niet wilde plaatsen. Nu is er geen weg terug. De laatste spoorbomen hebben zich achter mij gesloten en ik staar in het diepe duister. Wat er op mij afkomt is een raadsel, het zal, hoe ik het ook bedenk toch anders zijn dan verwacht. Uit het dashboardkastje diep ik een zakje met een boterham. Met mijn tanden scheur ik het open en haal een keer mijn neus op. Zie mij hier nu achter het stuur zitten. Een betraand verwilderd hoofd, zeiknat van de regen en in mijn hand een boterham met pasta. Ik lijk min of meer op een kleuter alleen is er voor mij straks geen beker warme melk een koekje en een knuffel.

Stom eigenlijk om te geloven dat het kon, dat kon zonder bijbedoelingen. Ben ik dan zo blind? Zo blind als een paard dat moet haast wel. In de verte wordt het rode verkeerslicht weerspiegeld op het asfalt. Ik rem en staar naar het rode licht dat mij bijna verwijtend aan lijkt te staren. Ik schud vluchtig mijn hoofd nu zijn er werkelijke hele kolonies aan beren op de weg ontstaan. Achter mij klinkt getoeter, het serene groen kijkt mij aan en ik rijd vlug weg. Het voelt alsof ik qua gevoel de verkeerde kant op rijd. Een eenrichtingsweg in maar van de verkeerde zijde. Tegen alles in, tegen beter weten in? Ik knipper vluchtig met mijn ogen en draai de rotonde op.

Het was duidelijk, alles werd mij in een keer duidelijk en ik kreeg het gevoel te stikken. Een rare angst overviel mij in lichte mate en de kleine gebaartjes waren opeens geen toeval meer. De opmerkingen evenmin het werd steeds meer een duidelijkere foto van het beeld dat zich al tijden aan het schetsen was maar waar ik domweg aan voorbij ging. Dit was niet eens een beer op de weg, dit was een euvel wat ik niet heb gezien maar waar ik mij wel bewust van had moeten zijn. Als en dan... je roept ze het hardste als je aan hen niets meer hebt. Achteraf is gemakkelijk praten. Hier en nu moet je het maken alleen hoe? Soms maak ik meer brokken dan dat ik echt iets opbouw. Ik slik mijn laatste hap brood door en rijd de straat in. Mijn twijfels die ik als een soort van tweede huid met mij meedraag, waar waren ze op het moment dat ze zo nodig waren?

Domme naïeve ik!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Het is een beest

"Die Nacht öffnet ihren Schoß Das Kind heißt Einsamkeit Es ist kalt und regungslos Ich weine leise in die Zeit" Depressie is ...